De onderzoeksrechter, de raadkamer en de KI zijn in de mogelijkheid een vrijheid mits voorwaarden op te leggen indien aan de materiële voorwaarden voor het aanhoudingsmandaat of de handhaving voldaan zijn. Het betreft een alternatief voor de voorlopige hechtenis.
Voorwaarden
De voorwaarden die kunnen worden opgelegd zijn vrij te bepalen door de rechtbank of onderzoeksrechter.
Voorbeelden van zo’n voorwaarden zijn:
- Een contactverbod met het slachtoffer
- Begeleiding volgen voor een problematiek (zoals een verslaving)
- Een alcoholverbod
- Een plaatsverbod
- Verbod een activiteit uit te oefenen waarbij hij in contact zou komen met minderjarigen (denk dan vooral zedenmisdrijven gepleegd t.a.v. minderjarigen)
- Werken of werk zoeken;
- …
De voorwaarden kunnen worden bevolen ofwel ambtshalve door de onderzoeksrechter of de onderzoeksgerechten, ofwel op vordering van het Openbaar Ministerie ofwel op verzoek van de verdachte.
Termijn
De opgelegde voorwaarden gelden in principe voor een termijn van drie maanden en gelden uiterlijk tot het eindvonnis.
De termijn is echter verlengbaar indien deze beslissing binnen de lopende termijn wordt genomen (en dus niet de betekening ervan). In de meeste gevallen gelden de voorwaarden dan ook tot het eindvonnis.
Indien de voorwaarden worden geschonden, kan de onderzoeksrechter beslissen om de invrijheidstelling in te trekken en opnieuw de aanhouding te bevelen.